Volkswagenbus

25 januari 2026 0 Door W. Koskamp

Toen ik op 21-jarige leeftijd bij de oogarts kwam, vroeg hij mij of ik geld had voor een rijbewijs. Dat had ik op dat moment niet. Hij zei: ‘Houden zo, want je ziet vanuit een bepaalde hoek niet (blinde hoek) en je ogen zijn te slecht. De kans bestaat dat je ongelukken gaat maken. Dat laatste wil je niet en als je anderen meesleept in je onkunde, is dat nog erger.’ Dus ik rij niet.

We gingen in 1982 naar Tiel en tot mijn grote verbazing stond daar een Volkswagenbus Transporter. Hij was bijna nieuw en was geschonken door de lokale rotaryclub. Mijn voorganger reed in heel oude auto’s, vandaar dat de club deze bus aan het korps schonken. Daar zit je mee, want zo’n bus was voor ons niet te betalen; daar was het korps te klein voor. Het eerste probleem was een chauffeur, want de eerste chauffeur reed te veel rond voor zijn eigen dingetjes, dus ik zat toen daarna zonder.

Onze buurman kende wel iemand die net uit de gevangenis was gekomen. Hij was uitstekend en helemaal te vertrouwen. Alleen gooide de Tielse Courant roet in het eten, want daarin schreven ze een stukje over onze chauffeur. Ze vroegen zich af of hij wel bekeerd was, en nog meer van zulke onzin. Hij stopte er toen helaas mee, omdat hij bang was dat mensen hem niet vertrouwden en veel mensen wisten niet dat hij had vastgezeten. Later lukte het mij om vaste chauffeurs te vinden die echt goed waren.

Maar hoe krijg je zo’n bus kostenvrij? Wij haalden overal kleding op en soms ook heel slechte. Toen kregen wij vanuit Nijmegen (het Leger des Heils depot Herbestemming van Goederen) 28 cent voor tweede keus. Ze moesten om de veertien dagen komen, waar ze eerst eens in de acht weken kwamen. Een volle wagen van 2500 kilo à 28 cent  was toch 700 gulden en dat was veel in die tijd. We hadden nogal wat in te lopen qua geld, ook doordat wij veel Strijdkreten verkochten in de dorpen en in de cafés in ‘s-Hertogenbosch en Tiel.

Er waren maar weinig mensen in het korps, dus met de huisbezoeken was ik in een maand rond. Doordat we veel met de bus rondreden, kregen wij op dat gebied pastoraat, maar ook veel kleding. Nadat we een dorp met Strijdkreten hadden gelopen, haalden we na afloop ook de kleding op die ons werd aangeboden. Dat waren toch altijd tien tot dertig zakken. De kwaliteit in de kledingbeurs (zo heette die nog in die tijd) ging enorm vooruit. Later in onze aanstelling kregen wij van de gemeente Tiel een school in bruikleen. Nu konden wij meubels weggeven en/of verkopen en ook meer kleding weggeven en/of verkopen.

Ik heb heel wat maatschappelijke rapporten geschreven. In nog geen twee jaar waren we als korps schuldenvrij en konden we heel veel doen voor de Tielse bevolking. Helaas gingen we toen naar Breda. Eigenlijk hadden we iets langer moeten blijven, want Tiel heeft nog veel sociale problemen. Dat was ook wel gebeurd in de huidige tijd. Ik hoop dat het Leger binnen een paar jaar daar terug zal keren.

Deel deze pagina