Kabouters (1)

8 maart 2026 0 Door W. Koskamp

Tegenover ons huis in Laag Soeren was een bos dat Paradou heette. We speelden in dat bos en klommen in de boom die wij het apenboompje noemden. Deze boom was gemakkelijk te beklimmen, hoewel er ook wel eens kinderen uit vielen. Dit bos prikkelde mijn fantasie, want ik dacht dat daar kabouters woonden. Dat kwam door dat liedje: ‘Op een grote paddenstoel rood met witte stippen zat kabouter Spillebeen heen en weer te wippen. Krak zei toen die paddenstoel met een diepe zucht. Allebei de beentjes, hoepla in de lucht!’

Er waren paddenstoelen in het bos en eekhoorns, en alles wees op kabouters volgens mij. Ik wilde dat het waar was en werd bevestigd door de boeken over kabouters. Allereerst had je Pinkeltje, die voorgelezen werd door de juffrouw. Ik las ook het boekje van kabouter Piggelmee, die met zijn vrouwtje in de duinen in een omgekeerde theepot woonde. Ik dacht er van alles bij, want ik vond het prachtig. Ik heb zelfs in het bos gezocht naar kabouters.

Nu hebben we in onze buurt kabouterbossen en kabouterplaatsen, en ik verheug mij om daar met mijn kleinkinderen naartoe te gaan. Ik hoor mensen zeggen dat ik een groot kind ben. Dat is dan maar zo. Als kind lag ik in het ziekenhuis en een buurvrouw, tante Grada (de moeder van mijn vriendinnetje Joke), bracht mij een boekje over Winkie de Kabouter. Ik weet niet hoe vaak ik dat boekje wel niet heb gelezen, want ik lag daar toch maar met een gebroken been. Rondom Winkie was een hele gemeenschap en ik droomde dat ik ook daar was. Het gaf mij veel troost, want mijn vriendjes, broers en zus zag ik tien weken niet, en ik lag met ouderen op een zaal. Toen mocht je nog niet kinderen onder de twaalf jaar ontvangen als bezoek. Ik heb die regel nooit kunnen begrijpen, maar het was zo. Later heb ik nog verschillende boekjes over Winkie gelezen, want ze waren in de bibliotheek.

Ik ben nog steeds lid van een website die over Paulus de Boskabouter gaat. Eigenlijk is het een duinkabouter. Als je goed kijkt naar de tekeningen, zie je de duinen en hun bomen en struiken. De tekenaar Jean Dulieu (Jan van Oord) woonde op Terschelling en ik heb op Terschelling een boekje gekocht waar het verhaal zelfs op zijn Terschellings wordt verteld. In Midlands staat een beeldje met een tekenaar achter een lessenaar, want daar verbleef hij. Hij maakte strips en kaarten, en ik krijg iedere maand een email. Hoewel hij overleden is, zijn er nog steeds oude liefhebbers zoals ik. Nu denk je misschien dat dit gaat stoppen, maar ik denk het niet, want Paulus is uniek. Ik ben ook lid van de Toondercompagnie (en die groeit ook door jongere leden).

Deel deze pagina