IJspret

16 maart 2026 0 Door W. Koskamp

Ik hoorde in mijn jeugd niet tot de ijspretliefhebbers, en nu nog niet. In Laag Soeren was een ijsbaan die gemaakt werd op vier weilanden. Het werd dus een behoorlijke baan en er waren heel veel mensen uit de omgeving die daar kwamen schaatsen. Als je lid was van de ijsclub, mocht je er gratis op. Het hele dorp was lid van die club. Ik mocht met Friese doorlopers schaatsen. Eerst ging ik naar de smid om ze te laten slijpen, want ze waren bot. Ik vond dat schaatsen niets. Ik viel meer op mijn achterwerk dan dat ik schaatste en de touwtjes gingen constant los. Noren kreeg ik niet, want die waren toen behoorlijk duur. Het schaatsen was dus niet aan mij besteed, want ik werd nat en koud, en dat is altijd gebleven.

Ik heb wel altijd naar het schaatsen op tv gekeken en heb nog steeds bewondering voor de schaatsers die steeds harder gaan. In de begintijd hadden ze een muts op en schaatsten ze in de openlucht. Ik vond dat meestal oneerlijk, want als het weer omsloeg, waren je kansen ook verkeken. Ik vind het nu veel eerlijker. Nu wordt de luchtdruk gemeten en krijgen ze pakken aan die gestroomlijnd worden. Ik snap niet hoe die meiden hun lange haar in dat pak kunnen stoppen. Je ziet na zo’n race hele bossen haar tevoorschijn komen. Vroeger waren de Aziaten heer en meester op de korte afstanden, maar dat is wel over. Andere landen kunnen er ook wat van. Ik vind het altijd leuk om te zien.

Als het een beetje vriest, begint er bij ons in het noorden een drang om een wedstrijd te gaan houden op natuurijs. Als je elders in het land woont, herken je dat wellicht niet, maar hier gaan ze de banen prepareren. Het mooie is er wel een beetje af, want ze bedenken steeds meer om de banen eerder goed te maken. In Winterswijk (helaas voor het noorden) hebben ze het nu goed voor elkaar. Die zijn nu al twee keer de eerste. Toch vind ik het jammer, want deze banen zijn net kunstijsbanen. Op natuurijs hoor je barsten, kloven en andere obstakels te hebben; dat vind ik de charme van deze wedstrijden.

De droom van iedere schaatser is de Friese Elfstedentocht schaatsen, maar helaas is die in deze eeuw nog niet geweest. Mijn oom Klaas heeft in 1963 de tocht als wedstrijdschaatser gereden. Hij fietste in de zomer en in de winter was hij op het ijs. Op een familiereünie vroeg ik hem hoe dat was geweest. Mijn tante Miep snoerde hem de mond, want ik denk dat zij het verhaal wel kon dromen. Ik weet wel dat hij de rit ondanks die erge kou heeft uitgereden. Hij schijnt ook een bevroren teen en oog te hebben gehad. Dat kan ook een romantisch verhaal zijn geweest…

Deel deze pagina