Therapie (2)
Toen ik pas in de psychiatrie werkte, had men een stroming in Italië: de antipsychiatrie. Dat moest ook in Nederland komen en dus gooide men bij ons de deur open, wat ik altijd levensgevaarlijk vond, want als je depressief bent, kun je zomaar in de vijver lopen (en die lagen rondom ons ziekenhuis). Jan Foudraine schreef een boek: Wie is er van hout? Dat was toen een must om te lezen en was op sommige punten erg goed, maar hij sloeg soms ook wel een beetje door.
We hebben in Nederland een behoorlijk probleem, want we krijgen steeds meer verwarde mensen. Ik hoor hulpverleners steeds maar zeggen dat ze een eigen verantwoordelijkheid hebben. Als je buurman of buurvrouw elke nacht van alles ziet en jij moet ’s morgens vroeg om zes uur weer naar je werk, dan gaat er toch wat anders spelen. Ik kan niet begrijpen dat bij sommige begeleid-wonen-projecten er nog gasfornuizen staan. Levensgevaarlijk voor de persoon in kwestie en voor de buren. Het is dus gemakkelijk praten vanuit een bepaald standpunt. Probeer iemand maar eens terug te krijgen die net is gaan lopen. Dat vraagt wel wat.
Tegenwoordig hebben ze cliënten in plaats van bewoners of patiënten. Dat klopt niet helemaal, want als ik bij de bakker kom als klant (cliënt), dan vraag ik naar een zestal krentenbroodjes en twee bruine broden. Als ik naar de GGZ ga, kan ik niet kiezen; dan wordt er iets voorgelegd. Ik heb menigeen gehoord die wegging, omdat hij niet mocht kiezen. Bij sommigen was dit slikken, bij anderen niet (zonder behoorlijke uitleg).
In het jaar 1970 bracht John Lennon een lied uit: ‘Mother’. Hij schreeuwt zijn jeugd eruit en dat komt door de primal-therapie van Janov. Het was een beetje een modegril van, gooi het er maar uit, dat lucht op. Janov ontwikkelde de oerschreeuw. Al het psychische kun je eruit schreeuwen. Hij werd een beetje voor gek verklaard, maar je ziet tegenwoordig toch wel therapieën die voortborduren op die van hem, dus helemaal gek was hij niet. Ik heb een keer erbij gezeten en heb een heleboel geschreeuw gehoord tot ik er bijna doof van werd. Daarna zijn ze er toch mee gestopt.
In de jaren zeventig kwamen er allerlei groepstherapieën. De Emiliehoeve in Den Haag was daar één van. Er waren bij ons therapeuten die dachten dat dat ook wat voor ons was. Teruggekomen uit Den Haag hoorde ik er niets meer over. Men paste een groepstherapie toe waarbij je helemaal geestelijk afgebroken werd. Je haren werden afgeknipt en dan was iedereen in de groep gelijk. Als je niet voldeed aan de eisen, ging je in de hoek met een papieren puntmuts op. Ze noemen het ‘encounter’ (ontmoeting met botsing). Dat werkt lang niet altijd, want mensen komen als een geslagen hond naar buiten. Bij relatietherapie werkt het soms wel.