Mijn zus
Vorig weekend is mijn zus overleden, en in Leger des Heils-termen Bevorderd tot Heerlijkheid. Ze was twee jaar ouder dan ik, maar zij was niet een echte grote zus en gedroeg zich er ook niet naar. We zaten qua leeftijd te dicht bij elkaar. Ze heette Grada Geertruida en haar roepnaam was Gerda. De eerste vrouw van mijn vader heette Gerda Wever en was overleden aan een hersenvliesontsteking veroorzaakt door tuberculose. Men noemde dat toen de vliegende tering. Zo vernoemen deed men vroeger zo en Gerda heeft dat nooit een probleem gevonden.
Mijn zus was geen klager en in onze jeugd heb ik haar niet veel ziek gezien. Toen ze in de puberjaren was, werd ze aan haar hamertenen geopereerd en dat was geen probleem. Ze heeft toen heel veel pijn gehad, want haar tenen waren ontstoken en ze had een allergie voor jodium. Toen het verband eraf was, zag het er niet uit. Ze had een mentaliteit die ik ook in mijzelf herken. Het is nu eenmaal zo en je moet ermee dealen.
Ze kreeg een paar jaar geleden kanker op verschillende plekken en de prognose was niet geweldig. Toch ging ze ervoor en kreeg heel veel chemobehandelingen, elke keer weer opnieuw. Ik denk dat heel veel mensen dit niet aan zouden kunnen. Maar Gerda wel, ondanks dat ze niet echt lekker in haar vel zat tijdens die behandelingen. Ik heb daarom ook bewondering voor haar strijd. Helaas heeft ze het niet gered, want haar lichaam gaf het op. Ze was niet bezig met doodgaan, want ze was nog volop bezig met het plannen van een vakantie naar Hongarije. Ze hield er wel rekening mee. Ze had wel al beschreven hoe haar uitvaart moest zijn. Ik heb niet alles gezien, maar ik denk dat er volop rekening is gehouden met de nabestaanden en ik vind dat normaal. Ook dat ze huidweefsel en de vliezen van haar ogen heeft gedoneerd. Haar lichaam kon verder natuurlijk niet vanwege de gezwellen. Dit past gewoon bij haar.
Als jonge jongen zat ik bij haar aan de ontbijttafel en Gerda had vaak een ochtendhumeur. Ik plaagde haar, zo gaat dat als je jong bent. Ik schoof de kaas van haar weg en deed andere dingen waar ze niet gelukkig van werd. Ze heeft ook minder leuke dingen ervaren. Mijn moeder was veel ziek en dan moest zij als meisje veel in de huishouding doen. Ze werd van school thuis gehouden, maar op het laatst pikte meneer Bolhoofd van de lagere school dat niet meer, want het liep de spuigaten uit. Het was voor haar niet gemakkelijk in de jeugd en met dat gegeven waren wij geestverwanten. Ik ging met zeventien jaar het huis uit en zij was een beetje jaloers daarop, maar een paar jaar later lukte haar dat ook en voor haar was dat een bevrijding. Plotseling kwam ze met Johan aanzetten en wij hebben gezien dat ze langzaam maar zeker één werden. Gerda heeft zich ingezet voor Johan en zijn kinderen en kleinkinderen. Ze heeft dat heel goed gedaan.
Je kunt jammer genoeg geen applaus geven op papier, maar dat verdient ze wel en dan ook een flinke waarbij je moet staan.