Agressie (1)
In de samenleving is er veel agressie en dat is niet altijd fijn. Als officier heb ik ook wel eens agressie meegemaakt. Nu ben ik niet sterk en ook geen vechter, dus ik moet het op een andere manier tonen. Er zijn nogal wat mensen die je uit kunnen schelden, en daar zeg ik altijd wat van. Ook mensen die dingen doen die niet goed zijn. Veel mensen durven dat niet en dat kan ik wel begrijpen. Ben ik een held? Dat kan ik niet zeggen, maar mijn Beppie begint al vrij snel te roepen als er iets gebeurt. ‘Je blijft hier’, maar meestal ga ik er wel heen. Ik laat niemand in de steek bij slaan of schoppen. Soms ook niet als ze een mes bij zich hebben.
In Zaandam hadden wij nogal wat dak- en thuislozen en andere mensen die soms agressief waren. Toch had ik er geen last van, want de andere dak- en thuislozen beschermden mij. Ik moest ze soms tegenhouden, want anders vielen er klappen. Menigmaal riepen ze: ‘Je blijft van de majoor af, en ook van zijn vrouw.’ Voor ons gebouw waren prikstruiken en één keer heb ik de jongens tegengehouden, want ze waren van plan iemand die een forse mond had in ons gebouw, in die struiken te gooien.
Er kwam een keer iemand die in de gevangenis had gezeten, en hij vond dat hij in de koelkast mocht kijken en zomaar iets mocht pakken en meenemen. Zijn argument was, het is toch voor iedereen? Ik maakte hem duidelijk dat je dit ook eerst kunt vragen, maar dat vond hij niet nodig. Hij werd tamelijk agressief en ik heb hem toen buiten de deur gezet. Meer kun je niet doen, want je hebt niet zoals in de gevangenis ergens een cel. Ik heb wel gevangenispersoneel binnen gehad. Die zeiden dat ze het vreemd vonden dat deze mensen bij ons rondliepen en wij toch geen vechtpartijen hadden in het gebouw.
Wij hadden een keer een open pannenkoekendag. Er werden gratis pannenkoeken verstrekt; daar kwamen veel mensen op af. Er kwamen ook drie mannen langs, vol met GHB. Ze stuiterden alle kanten op, en ik zei dat ze niet binnen mochten komen, want er waren ook veel kinderen en vrouwen die dag. Ik beloofde hen dat ze de volgende dag konden komen eten, want dan waren ze niet meer onder invloed. Ze gingen naar buiten en zeiden: ‘Laten we het maar doen, want de majoor houdt zich aan zijn woord.’ De volgende dag verschenen ze weer en samen hebben we gezellig gegeten.
Bij agressie geldt: doen wat je zegt, rustig blijven en na die tijd even tot rust komen, niet gelijk rennen naar iets anders. Ik heb wel eens op een stoel gezeten en dan trilde ik, want iemand stond met een fietsketting te zwaaien en dat wil je niet. Dus je moet na de agressie even tot rust komen.