Computer
Toen wij in Gouda woonden, kwamen de eerste computers in het Leger des Heils. Die gingen toen via de telefoon (ISDN). Dat ging heel langzaam en internet was ook langzaam, want als je toen Netscape gebruikte, kwam die heel langzaam tevoorschijn op het beeldscherm. Foto’s waren helemaal een crime, maar het gaat nu gelukkig veel beter.
Het geheugen was niet heel groot, dus je had weinig programma’s. Wij hadden een eenvoudig boekhoudprogramma op de computer staan, Word Perfect, e-mail via Lotus – die ik overigens veel beter vond dan Outlook – en een spelletje met tennis, dat iedereen van mijn generatie kent. Ik denk dat, gegeven de huidige situatie in de wereld, de legerleiding achter haar oren krabt. Word Perfect inruilen voor Word, Lotus voor Outlook. Helemaal afhankelijk worden van een bedrijf is niet slim.
Aan spelletjes heb ik lang niet gedaan; het tennisspelletje vond ik al vrij snel saai worden. Ik speelde wel Patience en Pinball (een flipperspel) die op de computer stonden. We konden toen wel een paar diskettes met spelletjes kopen bij de Kruidvat, maar die vond ik te snel gaan. Door mijn ogen kon ik het niet bijhouden en dus moest ik steeds terug, en dan kom je nauwelijks verder in een spel. Geen spelcomputers voor mij dus.
Toen we naar Suriname verhuisden, hadden wij twee computers en printers meegenomen. Op het regionaal hoofdkwartier was dat een uitkomst, want op de typemachine werkte je met een blad en carbonpapier, typex bij fouten en een papier eronder. De ventilator stond aan en alles waaide dan snel weg. Nu had je daar geen last meer van.
Na een poosje ging ik al snel heel vroeg (zo rond zeven uur in de ochtend) naar het kantoor, want dan was de warmte minder. Daarna ging ik de post ophalen bij het postkantoor, want wij hadden een postbusnummer. Vervolgens moesten we eventueel nog vergaderen, als dat nodig was. In de middag rustten we even, en dan om vier uur ging ik op de fiets op huisbezoek of we hadden iets voor het jeugdwerk. Die computer was een uitkomst. De ontwikkelingen zijn nu zo snel dat ik dat maar aan andere over laat.